Ontmenselijken

mrt 31, 2021

Zo krijg je twee spalt, als de ene mens de andere als een beest gaat zien. Respect verdwijnt zo. Je hoeft niet meer naar de ander te luisteren. Je hoeft niet meer naar hem om te kijken. Je mag hem bij het vuil gooien. Je mag hem alle hoeken van de kamer laten zien. Je mag hem gebruiken of misbruiken. Je mag hem van het museumplein meppen, nog net niet dood meppen.

Dieren zijn nog aardig, die verzorg je die heb je lief, maar beesten zijn vies en gevaarlijk. Weten we nog wat menselijkheid is? Behulpzaamheid? Liefde voor een ander?

Open wat vaker je URL balk en kom dagelijks langs bij Roberto’s World

 

LEES VERDER,

Ontmenselijken voor de gelegenheid

‘Humanity’ door Anasthasia Kachina

Dehumanisatie is het door mensen ontkennen dat een bepaald ander mens een ‘volwaardig medemens is’. Het ontmenselijken van een ander. De ander is geen gelijkwaardig medemens. Het geeft dan legitimatie tot verbale en fysieke belediging, wreedheid, geweld en uitsluiting. Immers het zijn toch geen mensen. Dehumanisatie is en wordt gebruikt om oorlogen, slavernij, seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen, het vernederen (en doden) van andersdenkenden of ‘anders-uitzienden’ te rechtvaardigen en om hen hun rechten en autonomie te ontnemen.

Een veelgebruikte vorm van dehumanisatie is verbaal, bijvoorbeeld door andere mensen naar dieren te noemen (‘Hij is een varken’; ‘Zij is een kakkerlak die terug moet onder haar steen’; ‘Hij is een ongelofelijke rat‘; ‘Zij ziet eruit als een walrus‘). Ook al kunnen woorden pijn doen, fysieke dehumanisatie gaat uiteraard nog een stap verder. Langdurige onderdrukking (slavernij), lichamelijke en geestelijke belediging en vernedering (verkrachting, kindermishandeling), stelselmatig negeren (iemand niet aankijken of er niet naar luisteren) of het verminken of doden (lustmoord, in elkaar slaan) van anderen. Bij dehumanisatie wordt de ander niet meer als waardig, weldenkend en mogelijk interessant medemens gezien. Zijn of haar onderscheidende individualiteit en gedachten worden ontkend en zijn of haar gevoelens doen er niet (meer) toe. Hierdoor kunnen hele groepen mensen gevangen worden gezet, afgevoerd en zelfs worden gedood. Georganiseerde dehumanisatie heeft veelal een politieke, raciale, etnische, of religieuze basis. Hiervan zijn vele voorbeelden in de menselijke geschiedenis: de vervolging van Joden, homoseksuelen en zigeuners tijdens het nationaalsocialisme; het uitmoorden van de oorspronkelijke indianen in Noord-Amerika bij de Wounded Knee massacre in 1890; de genocide van meer dan 7000 mannelijke moslims na de inname van Srebrenica, de moord op ongeveer een half miljoen Tutsi in Rwanda in 1994, enzovoort enzoverder.

Op meer individueel niveau worden mensen vanwege hun geslacht, uiterlijk, seksuele oriëntatie, godsdienst, handicap, mening, ziekte of klasse in de samenleving of gemeenschap gedehumaniseerd. Dehumanisatie wordt versterkt door macht, status en gevoel van steun vanuit een collectief denken. Gedehumaniseerde mensen worden dan als moreel, lichamelijk of intellectueel minderwaardig of nietswaardig gezien. Dehumanisatie begint al bij kinderen als zij een klasgenoot pesten en uitsluiten om bepaalde kenmerken.

Het erkennen van menselijkheid bij een ander wordt gekenmerkt door het erkennen en respecteren van onderscheidende individualiteit en het gewaardeerd deel uitmaken van een samenleving en is teken van beschaving. Wanneer men een ander hierop negatief beoordeeld is dehumanisatie het gevolg. Het onderscheidende subject wordt dan inwisselbaar object waarmee men kan doen wat met wil en in vergelijking met zichzelf kan gebruiken (seksslavinnen), vernederen, ridiculiseren, beledigen, pijn doen, verbaal kan uitschelden en, in extrema, lichamelijk kan kwetsen of zelfs zonder schuldgevoel kan doden. Net zoals mensen bepaalde dieren (varkens, kippen, koeien, schapen etc.) zonder enige empathische gevoelens massaal kunnen (laten) doden voor hun genot (dagelijks vlees op het bord) en andere dieren in het extreme vertroetelen (honden, katten, cavia’s, konijnen), kunnen bepaalde mensen zonder enige gevoelens van empathie andere mensen vernederen, beledigen en zelfs doden en tegelijkertijd gelijkgezinden liefhebben, beschermen en waarderen. Propaganda en media hebben vaak een grote rol in dehumanisatie.

Onder groepsdruk en machtsvertoon van enkelen zijn gewone, geestelijk gezonde, mensen tot dehumanisatie van anderen aan te zetten. Dit werd voor het eerst duidelijk tijdens de experimenten aan de Stanford universiteit in 1971. Philip Zimbardo vond hierin het bewijs dat de externe omstandigheden het gedrag van een persoon bepaalden. Bij dit experiment werden studenten verdeeld in twee groepen: gevangen?en en bewakers. Zij moesten zich in hun rol inleven en zich ernaar gedragen. De gevangenen ondergingen hun lot en de bewakers gingen hun macht laten gelden. Dit leidde uiteindelijk tot vrij extreme dehumanisatie, waarna het experiment werd stopgezet. Later, in 2004, werd hetgeen in Stanford door studenten werd gespeeld bittere werkelijkheid in de Abu Ghraib gevangenis in Irak. Amerikaanse gevangenenbewakers vernederden en mishandelden Iraakse gevangenen in extreme mate. Philip Zimbardo schreef over deze dehumanisatie het boek ‘The Lucifer effect’. Ontdaan van de groepsdruk schaamden betrokkenen zich later voor hun daden.

Ook in de geneeskunde is dehumanisatie helaas geen uitzondering. Er zijn uiteraard zeldzame extreme voorbeelden: De medische experimenten op gevangenen in het concentratiekamp Dachau, het syfilis experiment in Tuskegee en de kankerexperimenten door de gevierde oncoloog Cornelius Rhoads op Puerto Ricanen. Op een subtieler en onschuldiger niveau worden patiënten bijvoorbeeld gereduceerd tot een statistisch nummer in onderzoek, inwisselbaar. In de dagelijkse medische praktijk is er vaak een door opleidingsniveau, sociale status en kennisverschil onvermijdelijk een ongelijkheid tussen hulpverlener en patiënt. Hierdoor kan gemakkelijk een ‘wij’ (de gezonde hulpverleners) en ‘zij’ (die zieke patiënten) onderscheid ontstaan, benadrukt door verschil in uiterlijk (de witte jassen), asymmetrische macht (ik ben de dokter, ik mag jou aanraken, ‘opensnijden’, maar jij mij niet) en verschil in communicatie (vakjargon). Ook is er het ‘gevaar’ van labelen van mensen in technische termen (‘de galblaas in kamer 4’, de ‘diabetenpoli’). Ik schreef enige jaren geleden over dehumanisatie in taalgebruik op de intensive care een artikel Toen een intensivist op haar eigen intensive care wordt opgenomen werd haar de dagelijkse dehumanisatie duidelijk. In de geneeskunde ligt altijd het gevaar van mechanisatie (‘de patiënt is een kapotte hartklep’), gelimiteerde empathie en onverschilligheid (‘de patient laat mij emotioneel onverschillig‘) en morele ontbinding (‘ik mag/moet schade berokkenen om de patiënt goed te doen’). Als patiënten uiterlijk of in gedrag niet meer op ‘mensen’ lijken ligt dehumanisatie op de loer. Een patiënt in een vegetatieve toestand die niet meer communiceert en zich niet meer als individu kan manifesteren, is dat nog wel een ‘mens’? Dergelijke patiënten worden in de spreektaal wel gedehumaniseerd tot ‘kasplantje’.  Een patient die comateus en overdekt met slangen, catheters en ontdaan van onderscheidende kleding en uiterlijk op een intensive care ligt is gemakkelijk te ‘ontmenselijken’.

Dehumanisatie in welke vorm en voor welke reden dan ook is van alle tijden. Het laatste jaar zagen we door de coronapandemie toenemende dehumanisatie van bepaalde burgers. De laatste maanden lijkt dit helaas extremer te worden. Eerst was er alleen onschuldige dehumanisatie in taalgebruik. Extremen die überhaupt het bestaan van SARS-CoV-2 geheel ontkennen daargelaten, werden (weldenkende) mensen die kritisch dachten over het coronabeleid weggezet als ‘viruswappies’, ‘coronawappies’, ‘coronagekkie’s’ of ‘antivaxxers’. Een ‘wappie’ is een ‘dwaallicht‘, een ‘dwaalgeest’. Het woord ‘wappie’ werd, voor zover ik kon nagaan, voor het eerst gebruikt in 2010 door de rapper Willy Wartaal (Olivier Mitshel Locadia) in ‘Sterrenstof’: ‘Ook al was mammie altijd wappie’. Een drugsverslaafde die de weg kwijt was.

Op zich is het gebruiken van het woord ‘wappie’ vaak nog wel grappig, klinkt redelijk onschuldig en niet erg kwetsend, maar het is toch echt wel verbale dehumanisatie van andersdenkenden. Wappies (dwaallichten) hoef je immers niet serieus te nemen, die kan je vrijelijk beledigen en stigmatiseren en zij kunnen zelfs gevaarlijk zijn omdat zij anderen op verkeerde gedachten kunnen brengen. Op zich ook niets nieuws. Ik heb mijn hele leven mensen baarlijke onzin horen uitkramen, maar daar haal ik mijn schouders over op en ga door met de orde van de dag. Ook nu hoor ik mensen onzin uitkramen over het virus. Ook dat kan ik na eigen weging naast mij neer leggen. Maar ik luitster wel naar anderen. Dat is nu anders. Naar andersdenkenden mag je niet luisteren, dat zijn wappies en dan ben jij ook een wappie. Hun argumenten en hun denken moeten er voor jou niet toe doen, je hoeft er dus niet naar te luisteren, dat doe je ook niet en daardoor zijn de mensen die jij als zonder toets als ‘wappies’ ziet sowieso minderwaardig. En daarnaast, wie wil er nou een ‘wappie’ zijn? Minister Hugo de Jonge gebruikte het woord ‘wappie’ onlangs om het gevaar van andersdenkenden in de tweede kamer te benoemen.

Museumplein, Amsterdam maart 2021

 

Anders wordt het als een beledigend of stigmatiserend woord wordt gebruikt wordt als legitimatie tot verdergaande fysieke dehumanisatie en geweld. Woorden gaan bij dehumanisatie vaak vooraf aan daden. Dat zien we door de eeuwen heen. En dat gebeurde eind vorig jaar ook met de zogenaamde ‘wappies’. Met horror zag ik dat bewapende politieagenten ongewapende demonstranten in Amsterdam en Den Haag tot bloedens toe sloegen met wapenstokken, hardhandig tegen de grond werkten en intimiderend bedreigden met politiehonden. Het zien van de video waarbij een meisje (nou niet echt het type dat een groot staatsgevaar is) met een straal water uit een waterkanon op korte afstand tegen een betonnen muur werd geblazen vervulde mij met morele afschuw en verontrusting. Uiteraard is er naar twee kanten uitlokking, uiteraard wordt er gewaarschuwd dat je weg moet gaan, uiteraard wordt er met een paraplu naar een paard geslagen, maar legitimeert dat extreem geweld? Maar wat mij ook verontrustte waren de reacties van vele zelfbenoemde ‘non-wappies’ op social media. Zij spraken zich zonder schroom en zonder de anderen persoonlijk te kennen uit over ‘eigen schuld’ en ‘het geweld tegen die wappies moet nog veel harder’ en ‘eigen keuze, moet je daar maar niet komen‘. De vraag is of een demonstratie ‘voor de vrijheid’, tegen de coronamaatregelen, boerenprotest, tegen de klimaatvervuiling, tegen abortus of wat voor doel dan ook, en los van wat je daar van vindt, dergelijk geweld moreel bezien legitimeert? Volgens velen op social media kan het dan niet extreem genoeg. ‘Ram ze maar van het Malieveld af,’ zei iemand. Over toepassen van geweld bij vredelievende demonstraties wordt al vele jaren gediscussieerd.

In het verhoor van een hoofdagent van politie voor de BPOC2020 zei deze dat er onder agenten soms zeer neerbuigend en discriminerend gesproken wordt over demonstranten. Dat verbaasde mij niet. Het kon eigenlijk niet anders. Hij gaf daar een aantal voorbeelden van: ‘Het zijn hersenloze wappies’; ‘Het zijn virussen die je moet bestrijden’; ‘Onderkruipsels waar je de lat over moet leggen‘. Deze stigmatisering van alle demonstranten (zonder onderscheid in man-vrouw, leeftijd, vredelievende demonstranten en relschoppers) gaf de agenten, volgens de verhoorde hoofdagent, de legitimatie tot ‘wappies rammen’. Als ‘wappie‘ ben je hersenloos, een virus en een onderkruipsel. Daar wil je toch vanaf? En iedereen die op die plek aanwezig is is dan een wappie. De groep bepaald en dan ‘doe je mee’. Ook dit is al zo oud als de mensheid. Als individu zullen de meeste agenten het geweld niet willen inzetten, vanuit de groep wel. Ook al een oud beproeft mechanisme.

Ik denk veel na over dit soort gebeurtenissen. Ik dacht ook aan het ethische principe van wederkerigheid. Wat zou de agent die het waterkanon bediende hebben gedacht toen hij de beelden van het bloedende meisje terugzag? Wat als het zijn eigen dochter was die uit jeugdig idealisme naar het museumplein was gegaan en door een collega tegen een muur werd geblazen een hoofdwond en schedelbreuk tot gevolg?

Ik heb als ethicus hier veel over moeten peinzen en piekeren. In verbijstering, verwondering en verontrusting. De agenten kunnen dit in de gekozen extreme geweldsvorm (en dan zonder aanziens des persoons: mannen, vrouwen, ouderen, vredelievende demonstranten, relschoppers) alleen maar doen als zij alle demonstranten in hun denken en handelen gelijkwaardig dehumaniseren als minderwaardig en misschien zelfs wel als onmenselijk. Het zal voor hen in veel gevallen een copingsmechanisme zijn. Het zien van de beelden (die ik overigens maar heel moeilijk kan verdragen) en lezen van de omschrijvingen van demonstranten door de hoofdagent deed mij denken aan uitspraken van Amerikaanse soldaten voordat zij in Irak bombardementen op burgerdoelen uitvoerden: ‘Wij gaan kakkerlakkennesten uitroeien’. Hierdoor konden zij hun onmenselijke taken vervullen.

Ik denk dat soldaten en agenten dit extreme gewelddadige gedrag tegen burgers alleen voor zichzelf kunnen rechtvaardigen als zij de anderen dehumaniseren en niet dat zij bewust genoegen vinden in toepassen van het geweld (uitzonderingen uiteraard daargelaten). Geweld tegen een ongewapend ander mens gebruiken voelt voor geestelijk gezonde mensen nooit goed en het is ook niet zonder gevolgen. Gedehumaniseerden en zij die bij sommige gelegenheden dehumaniseren houden vaak langdurig last van de vernedering en het geweld hetgeen, zoals ik dat noem, gelegenheidsdehumanisatie, psychologisch en moreel tot problematisch maakt. Men moet zich dat goed realiseren voordat het ongelijkwaardig geweld in vredestijd bij gelegenheid wordt ingezet als middel. Het is immers niet vrijblijvend. Het kan nare gevolgen hebben. Ook voor niet direct betrokkenen kunnen de beelden bij het zien beschadigend werken. ‘Het zal je zoon of dochter maar zijn die zo geslagen wordt,’ dacht ik toen ik de beelden zag. Wat zouden de ouders van de angstige jonge Duitse vrouw in onderstaande foto gedacht hebben?

 

Berlijn 2020

 

Gelukkig verliezen vele soldaten en anderen die macht moeten laten gelden naar andere mensen in een situatie hun menselijkheid niet, zoals bijvoorbeeld onderstaande Amerikaanse soldaat (maart 2003) (Foto Reuters, Damir Sagolj). Een indrukwekkend beeld.

Dehumanisatie is een psychologisch en moreel complex onderwerp, het is veel voorkomend en soms zelfs begrijpelijk. Het kan in extreme vormen een psychologisch copingsmechanisme zijn om tijdelijk in een bepaalde omstandigheid of situatie ‘onmenselijk’ te kunnen handelen. Maar het kan in de extreme vormen voor beide partijen langdurig beschadigend zijn en daarom is het echt problematisch.

Ik zie de laatste maanden helaas voorbeelden van geweld tegen burgers waarvan ik dan hoop dat er goed over is nagedacht voordat het is ingezet. Ook tijdelijke gelegenheidsdehumanisatie is niet iets dat je in je hoofd wil hebben. Daarvoor ben je toch geen agent geworden denk ik dan. Het kan toch niet goed voelen als je er nog eens goed over denkt en diegenen die je hebt gedehumaniseerd gewoon toch mensen met een verhaal en gezicht blijken te zijn.

Deze observaties verbijsteren en verontrusten mij als ethicus nu al enige tijd. De wereld is helaas niet mooier geworden het laatste jaar.

Primum non nocere, allereerst geen schade berokkenen, is en blijft een belangrijk ethisch principe.

BRON:kompanje.org

5 1 stem
Artikelbeoordeling
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
We zijn benieuwd naar jouw mening. Laat je een reactie achter?x
()
x